GGP Italy SPA Chain Saw 71501033_0_P680 Operators Manual
Have a look at the manual GGP Italy SPA Chain Saw 71501033_0_P680 Operators Manual online for free. It’s possible to download the document as PDF or print. UserManuals.tech offer 893 GGP Italy SPA manuals and user’s guides for free. Share the user manual or guide on Facebook, Twitter or Google+.
ES 169. Guía para la localización de averías / 10. Especificaciones Unidad de potencia: Cilindrada (cm 3): ................................................... 62,0 Combustible: ............................ Mezcla (Gasolina: 50, Aceite para motores de doe tiempos: 1) Capacidad del tanque de combustible (cm 3): ....... 670 Aceite para la cadena: .....Aceite para motores SAE 10W-30 Capacidad del tanque de aceite (cm 3): ................. 350 Caburador:........................................ Walbro HDA tipo Sistema de encendido: ................ Sans contact (CDl) Bujía: ............................................ Champion RCJ-7Y Sistema de alimentación de aceite:................. Bomba . .......................................... automática con regulador Rueda dentada (dientes x paso):: ............. 7T x 0,325” Dimensions (Lar x An x Al) (mm): ...... 415 x 260 x 290 Sólo unidad de potencia (kg): ................................ 5,5Lampe de coupe: Barra guía Tipo: .............. Extremo con rueda dentaba Dimensiones (pulg. (mm): .16 (400), 18 (450), 20 (500), 24 (600) Cadena: Paso (pulg. (mm)):..................................... 0,375 (9,38) Calibre (pulg. (mm)): ................................ 0,058 (1,27) Potencia (kW/min-1) ................................... 3,03/9.500 Máx. velocidad (min-1) .................................... 13.000 Velocidad en ralentí (min-1) ............................... 2.500 Las especificaciones están sujetas a cambios y modificaciones sin previo aviso. 9. Guía para la localización de averías 10. Especificaciones INCONVENIENTE CAUSA PROBABLE REMEDIO 1)Falla de arranque ADVERTENCIA Compruebe que el sistema de preven- ción de congelación no está en acciona- miento. 2)Falta de poten- cia/Aceleración inadecuada/Velocida d mínima 3)El aceite no sale– Revise el combustible para ver si se ha mezclado agua o si la proporción de mezcla es incorrecta. – Revise si el motor está ahogado. – Revise el encendido por chispa. – Revise el combustible para ver si se ha mezclado agua o si la proporción de mezcla es incorrecta. – Revise si hay obstrucción en el filtro de aire o en el filtro de combustible. – Revise el carburador para ver si el ajuste es inadecuado. – Revise si la calidad del aceite es inade- cuada. – Revise si hay obstrucción en los orificios y conductos de aceite. – Reemplace por el combustible adecua- do. – Remueva y seque la bujía de encendi- do. – Tire nuevamente del arrancador sin estrangulador. – Cambie la bujía. – Reemplace por el combustible adecua- do. – Limpie. – Reajuste las agujas de velocidad. – Reemplace. – Limpie. Si su unidad necesita otros servicios fuera de los mencionados, consulte con nuestro taller de Servicio Autorizado más cercano.
1. Voor veilig gebruik NL 1 Geachte Klant, We willen u allereerst hartelijk dank zeggen voor het feit dat u aan onze producten de voorkeur hebt gegeven en we hopen dat het gebruik van deze machine u grote voldoening zal schenken en ten volle aan de verwachtingen zal beantwoorden. We hebben deze handleiding geschreven om u in de gelegenheid te stellen uw machine goed te leren kennen en haar veilig en efficiënt te gebruiken. Denk eraan dat de handleiding integrerend deel is van de machine, houd haar bij de hand zodat u haar op elk gewenst moment kunt raadplegen en, mocht u de machine verkopen of uitlenen, geef deze handleiding dan bij de machine. Deze nieuwe machine is ontworpen en vervaardig volgens de thans geldende normen en is veilig en betrouwbaar als deze gebruikt wordt volgens de aanwijzingen in deze handleiding (voorbestemd gebruik); elke andere toepas- sing of het niet respecteren van de veiligheidsnormen, of die voor gebruik, onderhoud en reparatie wordt beschouwd als “oneigenlijk gebruik” en brengt met zich mee dat de garantie komt te vervallen en dat de fabrikant elke aansprakelijkheid van de hand wijst, waarbij de gevolgen van schade of door de bedienaar of anderen opge- lopen letsel voor zijn rekening zijn. Indien u een klein verschil vindt tussen wat hier beschreven is en de machine in uw bezit, is dat het gevolg van het feit dat de voortdurende verbetering van het product, de in deze handleiding vervatte informatie onderworpen zijn aan wijzigingen zonder voorbericht of verplichting tot bijwerking waarbij de essentiële kenmerken op gebied van de veiligheid raadzaam contact met uw leverancier op te nemen. Succes! UITLEG VAN VEILIGHEIDSSYMBOLEN EN WAAR- SCHUWINGEN Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de motorzaag in gebruik neemt. Bedien de motorzaag met twee handen. Zorg ervoor, dat u alle waarschu- wingen aandachtig leest, goed begrijpt en nauwlettend volgt. Draag veiligheidshelm, veiligheids- bril en gehoorbescherming. Waarschuwing! Terugslaggevaar. WAARSCHUWING!!! GEVAAR VOOR GEHOORBESCHADIGING ONDER NORMALE GEBRUIKSOMSTAN- DIGHEDEN KAN DE GEBRUIKER VAN DEZE MOTORZAAG DAGELIJKS WORDEN BLOOTGESTELD AAN EEN GELUIDSNI- VEAU VAN 85 dB(A)OF MEER 1.Voor veilig gebruik ................................................................................... 1 2.Uitleg van symbolen op de motorzaag ................................................... 4 3.Monteren van het zaagblad en de zaagketting ...................................... 5 4.Brandstof en kettingolie .......................................................................... 6 5.Bedienen van de motorzaag ................................................................... 8 6.Zagen .................................................................................................... 11 7.Onderhoud ............................................................................................ 13 8.Onderhoud van zaagketting en zaagblad ............................................. 15 9.Oplossen van problemen ...................................................................... 16 10.Technische gegevens ............................................................................ 16 Inhoud 1. Voor veilig gebruik
NL 21. Voor veilig gebruik 1.Gebruik nooit een motorzaag wan- neer u vermoeid, ziek of geërgerd of onder invloed van medicijnen die de aandacht kunnen verslappen, of onder invloed van alcohol of verdo- vende middelen bent. 2.Draag werkschoenen, nauwzitten- de kleding, veiligheidsbroek, veilig- heidshelm en gehoorbescherming. Gebruik een trillingsbestendige hand- schoen. 3.Wees bij het hanteren van brand- stof altijd uiterst voorzichtig. Veeg eventueel gemorste brandstof weg en start de motorzaag op tenminste 3 m afstand van de plek waar u brandstof heeft bijgevuld. 4.Zorg dat de zaagketting scherp is en de zaag, inclusief het AV-systeem, in goede staat. Bij gebruik van een botte zaag is de zaagtijd langer en wanneer u een botte ketting door het hout drukt nemen de trillingen die op uw handen worden overgebracht toe. Een zaag met losse onderdelen of met beschadigde of versleten AV-buffers heeft ook een hoger trillingsniveau. 5.Bij het in acht nemen van alle bovenstaande voorzorgsmaatregelen kan toch het optreden van het witte vinger syndroom of het carpaal tun- nelsyndroom niet uitgesloten worden. Wanneer u de zaag veelvuldig en langdurig gebruikt, dient u zorgvuldig de toestand van uw handen en vin- gers te controleren. Als de hierboven vermelde verschijnselen optreden, moet u onmiddellijk de hulp van een arts inroepen. 6.Verwijder alles wat kan vonken of brand kan veroorzaken (d.w.z. niet roken, open vuur vermijden en geen werk uitvoeren waarbij vonken kunnen ontstaan) op plaatsen waar brandstof wordt gemengd, bijgevuld of bewaard. 7.Bij het mengen van brandstof en het bedienen van de motorzaag mag niet gerookt worden.8.Sta bij het starten en het gebruik van de motorzaag niet toe, dat ande- re personen zich in de buurt van de motorzaag bevinden. Houd omstan- ders en dieren buiten de werkplek. Kinderen, huisdieren en omstanders moeten zich bij het starten en tijdens het gebruik van de motorzaag op een afstand van tenminste 10 m bevinden. 9.Begin niet met zagen voordat u de werkplek volledig heeft vrijgemaakt, een stevige standplaats heeft gevon- den en u er zeker van bent dat u goede uitwijkmogelijkheden van de omvallende boom heeft. 10.Houd de motorzaag altijd met beide handen vast wanneer de motor loopt. Omvat de handgrepen van de motorzaag met de duim en vingers van uw hand. 11.Houd al uw lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor loopt. 12.Controleer of de zaagketting volle- dig vrij is voordat u de motor start. 13.Verplaats de kettingzaag altijd met afgezette motor, waarbij het zaagblad en de zaagketting naar achteren wij- zen en de uitlaat van uw lichaam af wordt gehouden. 14.Inspecteer de motorzaag voor gebruik altijd op versleten, loszittende of beschadigde onderdelen. Gebruik nooit een motorzaag die beschadigd, verkeerd afgesteld, of onvolledig of onveilig gemonteerd is. Controleer of de zaagketting stopt wanneer de gas- hendel losgelaten wordt. 15.Al het onderhoud aan de motor- zaag, met uitzondering van het in deze gebruiksaanwijzing beschreven onderhoud, moet door vakkundig onderhoudspersoneel worden uitge- voerd. (Wanneer bijvoorbeeld voor het verwijderen van het vliegwiel het ver- keerde gereedschap wordt gebruikt, of wanneer het vliegwiel met het ver- keerde gereedschap wordt vastge- houden om de koppeling te kunnen 1. Voor veilig gebruik
1. Voor veilig gebruik NL 3 verwijderen, kan het vliegwiel structu- reel worden beschadigd waardoor het uiteindelijk uit elkaar zou kunnen val- len.) 16.Schakel altijd de motor uit voordat de motorzaag neerzet. 17.Wees altijd uiterst voorzichtig bij het zagen van kleine struiken of tak- ken, omdat dergelijke materiaal in de zaagketting kan blijven hangen en naar u toe kan worden getrokken waardoor u uw evenwicht kunt verlie- zen. 18.Laat u bij het zagen van een tak die onder spanning staan niet verras- sen door het ogenblikkelijke span- ningsverlies van het hout, waardoor de tak kan terugspringen. 19.Zaag niet bij harde wind, slecht weer, slecht zicht of bij zeer hoge of zeer lage temperaturen. Controleer bomen altijd op dood hout dat tijdens het zagen uit de boom zou kunnen vallen. 20.Houd de handgrepen schoon, droog en vrij van brandstof en olie. 21.Gebruik de motorzaag alleen in goed geventileerde ruimten. Start de motor niet in een gesloten ruimte of gebouw. De uitlaatgassen bevatten het gevaarlijke koolmonoxide. 22.Gebruik de motorzaag alleen in bomen wanneer u daarvoor bent opgeleid. 23.Denk aan de terugslag. Terugslag is een felle opwaartse beweging van het zaagblad, die wordt veroorzaakt wanneer de zaagketting aan het uit- einde van het zaagblad een voorwerp raakt. Door een terugslag kunt u de controle over de motorzaag geheel verliezen, wat tot een zeer gevaarlijke situatie kan leiden. 24.Plaats voor het vervoer van uw motorzaag de juiste zaagbladbe- schermer.VOORZORGSMAATREGELEN VOOR GEBRUI- KERS VAN MOTORZAGEN TEGEN TERUGSLAG Wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout naar beneden drukt en de zaagketting in de zaag- snede vastknijpt, dan kan de motorzaag een terugslag krijgen. Bijaanrakingvanhet zaagbladuit- einde kan het zaagblad bliksemsnel worden omhoog geworpen in de richting van de gebruiker. Door het afknijpen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaag- blad kan het zaagblad razendsnel in de richting van de gebruiker worden gedrukt. In beide gevallen kan de terugslag u de controle over de motorzaag doen verliezen, wat ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben. • U kunt niet volledig op de ingebouwde beveili- gingen van de motorzaag vertrouwen. Als gebrui- ker van een motorzaag dient u diverse voorzorgs- maatregelen te nemen om het werk veilig en zon- der gevaar op verwondingen te kunnen uitvoeren. 1. Met een goed begrip van terugslag kunt u het ver- rassingselement verkleinen of zelfs volledig wegne- men. Ongelukken worden vaak veroorzaakt doordat mensen worden verrast. 2. Als de motor loopt, zorg er dan voor dat u de motorzaag altijd goed met beide handen vasthoudt, met de rech- terhand op de achterste handgreep en de linkerhand op de voorste hand- greep. Omvat de handgrepen van de motorzaag met de duim en vingers van uw hand. Door de motorzaag ste- vig vast te houden, kunt u de terug- slag opvangen en de controle over de motorzaag behouden. 3. Controleer of het terrein waar u werkt volledig vrij van obstakels is. Voorkom dat het uiteinde van het zaagblad tijdens het zagen in contact kan komen met een andere stam, tak of enig ander voorwerp. 4. Zaag bij een hoog motortoerental. 5. Voorkom dat u te ver moet reiken en zaag niet boven schouderhoogte. 6. Volg de aanwijzingen van de fabri- kant over het vijlen en voor het onder- houd van de zaagketting. 7. Gebruik alleen de door de fabrikant voorgeschreven, of gelijkwaardige bladen en kettingen. !WAARSCHUWING!
NL 42. Uitleg van symbolen op de motorzaag Om de veiligheid tijdens het gebruik en het onderhoud te vergroten, zijn er op de motorzaag enkele symbolen in reliëf aange- bracht. Let op deze aanwijzingen en maak hierbij geen vergissingen. De opening voor het bijvullen van de “MENGSMERING” Plaats:Brandstofdop De opening voor het bijvullen van de kettingolie Plaats:Oliedop De motor start wanneer de schake- laar in de stand “I” wordt gezet. De motor stopt onmiddellijk wanneer de schakelaar in de “O” stand wordt gezet. Plaats:Linker achterkant van de motorzaag!WAARSCHUWING!Als u de chokeknop naar buiten trekt, kunt u de choke instellen voor de koudestartmodus. Plaats:Rechtsboven het luchtfilter- deksel De schroef onder de “H” aanduiding is de stelschroef voor het hoge toe- rental. De schroef onder de “L” aanduiding is de stelschroef voor het lage toerental. De schroef links van de “T” aandui- ding is de stelschroef voor het statio- nair toerental. Plaats:Linkerkant van de achterste handgreep 2. Uitleg van symbolen op de motorzaag
3. Monteren van het zaagblad en de zaagkettingNL 5 Een standaard motorzaaguitrusting bevat de hieron- der afgebeelde onderdelen. Open de doos en monteer het zaagblad en de zaag- ketting als volgt op het motorhuis De zaagketting heeft scherpe hoeken. Draag veiligheidshalve dikke werkhand- schoenen. 1. Trek de remhendel naar de voorste handgreep toe om de kettingrem vrij te zetten. 2. Draai de moeren los en verwijder het kettingdeksel. 3. Monteer de pen op het motorhuis. 4. Leg de ketting om het kettingwiel en bevestig het zaagblad aan het motorhuis terwijl u de zaagket- ting op het zaagblad legt. Stel de stand van de ket- !WAARSCHUWING! tingspanmoer op het kettingdeksel af op het onderste gat van het zaagblad. Let op de juiste draairichting van de zaagketting. 5. Plaats het kettingdeksel op het motorhuis en draai de moeren vingervast. 6. Houd het uiteinde van het zaagblad vast en ver- draai de kettingspanschroef om de kettingspan- ning zodanig af te stellen, dat de kettinggeleiders net met de onderkant van zaagbladlopers in aanra- king komen. 7. Houd het zaagbladuiteinde omhoog en draai de moeren stevig vast (12 ~ 15 Nm). Controleer ver- volgens of de ketting soepel draait en de juiste spanning heeft. Zo nodig opnieuw afstellen met loszittende kettingdeksel. 8. Draai de kettingspanschroef vast. Een nieuwe ketting rekt in het begin enigszins uit. Controleer de spanning regelma- tig, omdat een loszittende ketting gemakkelijk kan aflopen en extra slijtage aan de ketting zelf en aan het zaagblad kan veroorzaken. OPMERKING OPMERKING 3. Monteren van het zaagblad en de zaagketting (1) Kettingdeksel (2) Kettingspanmoer (1) Draairichting (1) Losdraaien (2) Vastdraaien (1) Motorhuis (2) Zaagbladbeschermer (3) Zaagblad (4) Zaagketting (5) Pijpsleutel (6) Schroevendraaier voor afstelling van de carburateur
NL 64. Brandstof en kettingolie • BRANDSTOF Benzine is zeer licht ontvlam- baar. Rook niet, maak geen vuur aan en voorkom dat er vonken ontstaan in de buurt van de brand- stof. Stop de motor en laat hem voldoende afkoe- len voordat u brandstof bijvult. Kies voor het bijvullen van de brandstof bij voor- keur een open plek buitenshuis en start de motor op tenminste 3 m afstand van de plek waar u de brandstof heeft bijgevuld. • De motoren worden gesmeerd door olie die speci- aal is ontwikkeld voor gebruik met luchtgekoelde 2- taktmotoren. Kies dan een met een antioxidans aangevulde olie van goede kwaliteit voor luchtge- koelde 2-taktmotoren (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE). • Gebruik nooit BIA of TCW gemengde olie (voor watergekoelde 2-taktmotoren). • AANBEVOLEN MENGVERHOUDING BENZINE 50: OLIE 1 • De uitstoot van uitlaatgassen wordt bepaald door de basisafstelling van de motor en de motoronder- delen (d.w.z. carburatie, ontstekingstijdstip en poortafstelling) zonder toevoeging van onderdelen of inert materiaal tijdens de verbranding. • Deze motoren zijn geschikt voor gebruik met lood- vrije benzine. • Gebruik benzine met een minimum octaangehalte van 89RON (Verenigde Staten/Canada: 87AL). • Bij gebruik van benzine met een lager octaangehal- te kan de motortemperatuur te hoog oplopen, waardoor de motor kan vastlopen. !WAARSCHUWING! • Om het milieu minder te belasten verdient ongelode benzine de voorkeur, • Kwalitatief slechte brandstoffen en oliën kunnen de pakkingen, brandstofleidingen en brandstoftank van de motor aantasten. • MENGEN VAN BRANDSTOF WAARSCHUWING Zorg er door voldoende met de jerrycan te schudden voor, dat de mengsmering goed wordt gemengd. 1. Meet de te mengen hoeveelheden benzine en olie af. 2. Giet een gedeelte van de benzine in een schone jerrycan van goede kwaliteit. 3. Giet alle olie erbij en schud de jerrycan goed. 4. Giet de rest van de benzine er bij en schud de jer- rycan opnieuw gedurende tenminste 1 minuut. Voor een lange levensduur van de motor is het van belang dat de mengsmering goed wordt geschud, omdat sommige oliën stoffen bevatten waardoor het mengen moeizaam verloopt. Houd in gedach- ten dat een onvoldoende gemengde brandstof de motor kan doen vastlopen omdat het mengsel te arm is. 5. Zet een merkteken op de buitenkant van de jerry- can om verwisseling met gewone benzine of ande- re stoffen te voorkomen. 6. Geef op de buitenkant van de jerrycan aan wat er in zit. • BIJVULLEN VAN DE BRANDSTOF 1. Draai de tankdop los. Leg de dop op een schone plaats neer. 2. Vul de tank voor 80% met brandstof. 3. Draai de tankdop goed vast en veeg eventueel gemorste brandstof met een doek weg. !WAARSCHUWING! 4. Brandstof en kettingolie
• KETTINGOLIE Gedurende het gehele jaar kunt u SAE #10W-30 motorolie gebruiken. Ook kunt u ervoor kiezen om gedurende de zomer SAE #30 ~ #40 en gedurende de winter SAE #20 motorolie te gebruiken. Gebruik geen afgewerkte olie om beschadiging van de oliepomp te voorkomen. OPMERKING 4. Brandstof en kettingolieNL 7 1. Bijvullen moet op vlakke, onbegroeide grond plaatsvinden. 2. Start de motor op tenminste 3 meter afstand van de plaats waar u de brandstof heeft bijge- vuld. 3. Stop de motor voordat u brandstof bijvult. Schud de jerrycan goed voordat u brandstof bijvult. • OM DE LEVENSDUUR VAN UW MOTOR TE VER- LENGEN, VERMIJDT U: 1. BRANDSTOF ZONDER MENGSMERING (GEWO- NE BENZINE) – Dit zal de motor erg snel beschadi- gen. 2. ALCOHOLBENZINE – Dit kan de rubber en/of plastic delen aantasten en het smeersysteem van de motor verstoren. 3. OLIE VOOR 4-TAKTMOTOREN – Dit kan de bougie vervuilen, de uitlaatpoort blokkeren of de zuiger- ring doen vastlopen. 4.Mengsmering die een maand of langer onge- bruikt blijft,kan de carburateur doen verstoppen en de motor slechter laten lopen. 5. Wanneer u de motorzaag gedurende langere tijd wilt opbergen, reinigt u de brandstoftank nadat u hem heeft geleegd. Start vervolgens de motor om de carburateur van de resterende brandstof te ont- doen. 6. Lever de voor de mengsmering gebruikte jerrycans in als klein chemisch afval wanneer u de jerrycan wilt weggooien. Gewone slijtage en veranderin- gen van het product zonder functionele invloeden worden niet door de garantie gedekt. Houd ook in gedachten dat wanneer de aanwijzingen van de gebruiksaanwijzing met betrekking tot de mengsme- ring, enz., niet worden opgevolgd, de garantie kan komen te vervallen. OPMERKING !WAARSCHUWING!
Het is bijzonder gevaarlijk om een kettingzaag te gebruiken waarvan onderdelen ontbreken of defect zijn. Voordat u de motor start, moet u zorgvuldig controleren of alle onderdelen, inclusief de stang en de ketting, juist gemonteerd zijn. • STARTEN VAN DE MOTOR 1. Vul de brandstof- en kettingolietanks en draai de doppen van beide tanks goed vast. 2. Zet de schakelaar op “I”. 3. Houd de gashendel en de gashendelvergrendeling ingedrukt, druk de gashendelblokkering in en laat de gashendel los opdat deze in de startpositie blijft. 4. Trek de choke dicht.!WAARSCHUWING!Wanneer de motor onmiddellijk na uitschakelen opnieuw gestart wordt de choke open laten. 5. Houd de motorzaag met de voet op de grond en trek flink aan het startkoord. Start de motor niet terwijl u de motorzaag in de hand heeft. De zaagketting kan in contact met uw lichaam komen. Dit is bijzonder gevaarlijk. 6. Wanneer de motor pruttelt, de choke indrukkenen opnieuw aan de starter trekken om de motor te starten. 7. Laat de motor met licht ingedrukte gashendel warmlopen. Blijf uit de buurt van de zaag- ketting omdat deze begint te draaien zodra de motor wordt gestart. • CONTROLEREN VAN DE OLIETOEVOER Zorg dat de stang en de ket- ting overeind gezet worden wanneer de olietoe- voer wordt gecontroleerd. Als dit niet wordt gedaan, komen de draaiende delen bloot te liggen. Dit is bijzonder gevaarlijk. Laat de motor na het starten op een matig toerental lopen en controleer of er kettingolie van de ketting afspat, zoals de afbeelding laat zien. De oliehoeveelheid kan ingesteld met de knop op het !WAARSCHUWING! !WAARSCHUWING! !WAARSCHUWING! OPMERKING NL 85. Bedienen van de motorzaag 5. Bedienen van de motorzaag (1) Kettingolie (2) Brandstof (1) Schakelaar (1) Gashendelver- grendeling (2) Gashendel (3) Gashendelblok- kering (1) Kettingolie (1) Chokeknop
cilinderdeksel. Instellen naar de gelang de bedrijfsom- standigheden. De olietank moet vrijwel leeg zijn tegen de tijd dat de brandstof op is. Vergeet niet de olietank te vullen wanneer u brandstof bijvult. • AFSTELLEN VAN DE CARBURATEUR De carburateur is ingesteld in de fabriek. Mocht nastellen nodig zijn wegens hoogteverschillen of bedrijfsomstandigheden laat dat dan door de dealer doen. Verkeerde instellingen kunnen de machine beschadigen. Mocht u niettemin de carburateur zelf moeten nastel- len, ga dan te werk volgens de onderstaande proce- dure. Voer voor afstelling de volgende stappen uit: De carburateur moet worden afgesteld terwijl het zaagblad met zaagketting is gemonteerd. 1. De H- en L-naalden kunnen het aantal slagen nagesteld worden dat hieronder is aangegeven. “H” naald: -1/4 “L” naald: -1/4 2. Start de motor en laat deze bij laag toerental een paar minuten op temperatuur komen. 3. Draai de stationairschroef (T) tegen de wijzers van de klok in tot de ketting niet meer wordt aangedre- ven. Wanneer het stationaire toerental te laag is, moet de schroef met de wijzers van de klok mee worden gedraaid. 4. Voer een zaagtest uit en stel de H-naald af voor het OPMERKING OPMERKING grootste zaagvermogen en niet op het maximum- toerental. H-naald te hoog ingesteld: dit veroorzaakt (a) gebrek aan vermogen of (a) te weinig acceleratie. In dit geval de H-naald een weinig linksom (tegen de wijzers van de klok in) draaien. • KETTINGREM Deze motorzaag is uitgerust met een automatische rem die de zaagketting tot stilstand brengt zodra er tij- dens het zagen een terugslag optreedt. De rem wordt automatisch in werking gezet door inertiekracht die reageert op het gewicht in de remhendel. Deze rem kan ook met de hand in werking worden gezet door de remhendel in de richting van de zaag- blad te duwen. Om de rem vrij te zetten trekt u de remhendel in de richting van de voorste handgreep totdat er een “klik” hoorbaar is. Let op Controleer de werking van de rem tijdens de dagelijk- se inspectie. De werking controleren: 1. Schakel de motor uit. 2. Houd de motorzaag horizontaal, neem uw hand van de voorste handgreep, tik met het uiteinde van het zaagblad op een boomstronk of een stuk hout en controleer of de rem in werking is gezet. De kracht die hiervoor nodig is, hangt af van de leng- te van het zaagblad. OPMERKING 5. Bedienen van de motorzaagNL 9 (1) Handgreep (2) Ontgrendeld (3) Remmen (4) Remhendel (1) L-naald (2) H-naald (3) Stelschroef voor stationair toeren- tal (1) Oliestelknop