GGP Italy SPA Chainsaw 171501084 Operators Manual Dutch Version
Have a look at the manual GGP Italy SPA Chainsaw 171501084 Operators Manual Dutch Version online for free. It’s possible to download the document as PDF or print. UserManuals.tech offer 893 GGP Italy SPA manuals and user’s guides for free. Share the user manual or guide on Facebook, Twitter or Google+.

•Een boom snoeien (Fig. 16) Zorg ervoor dat de zonewaarin de takken zullen vallen vrij is. 1. Ga aan de zijde tegenover de af te zagen takstaan. 2. Begin met de laagste takken en werk zo naarde hogere takken toe. 3. Zaag van boven naar beneden, om te voor-komen dat het blad vastraakt. •Een boom vellen (Fig. 17) Op hellingen wordt altijdgewerkt stroomopwaarts van de boom. Zorgervoor dat de gevelde stam geen schade kanveroorzaken bij het naar beneden rollen. 1. Bepaal de valrichting van de boom rekenighoudend met de wind, de helling van deplant, de positie van de zwaarste takken, hetgemakkelijk werken na het vellen, enz. 2. Maak de zone rond de boom vrij en zorg vooreen goede steunplaats voor de voeten. 3. Voorzie gepaste vluchtwegen, vrij van hinder-nissen; de vluchtwegen moeten zich opongeveer 45° in de richting tegenover de val-richting van de boom bevinden en een snellevlucht van de bediener naar een veilige plaatsmogelijk maken. Deze veilige plaats moet opeen afstand liggen die 2,5 keer de hoogte vande te vellen boom bedraagt. 4. Breng aan de valzijde een inkeping aan meteen diepte gelijk aan een derde van de door-snede van de stam. 5. Zaag de stam aan de tegenoverliggendezijde, iets boven de punt van de inkeping enlaat een “scharnier” (1) van ongeveer 5-10 cmvrij. 6. Zonder het blad te verwijderen, wordt debreedte van de scharnier geleidelijk aan klei-ner gemaakt, tot de boom omvalt. 7. In bijzondere situaties of bij een schaarse sta-biliteit, kan het vellen voltooid worden doortwee wiggen (2) aan de zijde tegenover devalzijde aan te brengen en met een hamer opde wiggen te kloppen tot de boom omvalt. !LET OP! !LET OP! •Snoeien na het vellen (Fig. 18) Let op de steunpuntenvan de tak op de grond, aan de mogelijkheiddat die in spanning staat, aan de richting diede tak kan aannemen tijdens het zagen enaan de mogelijke instabiliteit van de boom nahet afzagen van de tak. 1. Neem de richting waar waarin de tak in destam zit. 2. Begin te zagen aan de plooizijde en maak hetwerk af aan de tegenoverliggende zijde. •Een stam doorzagen (Fig. 19) Het doorzagen van een stam wordt vergemakke-lijkt door het gebruik van de pal. 1. Steek de pal in de stam, voer een hefboom-kracht uit op de pal en laat de kettingzaageen boogvormige beweging maken zodat hetblad in het hout kan dringen. 2. Herhaal de handeling meerdere keren indiennodig, door het steunpunt van de pal te ver-plaatsen. •Een stam doorzagen op de grond (Fig. 20) Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rolde stam en maak het werk af aan de tegenover-liggende zijde. •Een opgetilde stam doorzagen (Fig. 21) 1. Indien het zagen na de steunpunten (A)plaatsvindt, zaag dan tot een derde van dediameter onderaan en maak het werk afbovenaan. 2. Indien gezaagd wordt tussen twee steunpun-ten (B), zaag dan tot een derde van de dia-meter bovenaan en maak het werk af langsonder. NA HET WERKEN Na het werken: – Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven(Hoofdstuk 6).– Wacht tot de ketting tot stilstand gekomen zijnen monteer de bladbescherming. !LET OP! GEBRUIK VAN DE MACHINE11NL

Een correct onderhoud is fundamenteel om in detijd de oorspronkelijke efficiëntie en gebruiksvei-ligheid van de machine in stand te houden. Tijdens het onderhoud:– Haal de kap van de bougie.– Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.– Gebruik werkhandschoenen voor het han-teren van het blad en de ketting.– Houd de bladbeschermingen op hunplaats, tenzij aan het blad zelf of aan deketting gewerkt moet worden.– De olie, benzine of andere vervuilendematerialen niet in het milieu gooien. CILINDER EN GELUIDSDEMPER Om brandgevaar te beperken, worden de vleu-gels van de cilinder regelmatig gereinigd metperslucht en wordt de zone van de geluidsdem-per vrijgemaakt van zaagsel, takjes, bladeren ofander afval. STARTGROEP Om oververhitting en schade aan de motor tevoorkomen, moeten de roosters voor de aanzui-ging van de koellucht altijd schoon en vrij vanzaagsel en vuil zijn .Het starttouw moet vervangen worden bij deeerste tekenen van slijtage. KOPPELINGSGROEP Houd het deksel van de koppeling vrij van zaag-sel en vuil. Ongeveer elke 30 uren moet hetintern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper. REM KETTING Controleer regelmatig de efficiëntie van de ket-tingrem en of de metalen band die het dekselvan de koppeling omgeeft niet beschadigd is. !LET OP! De band moet vervangen worden wanneer dedikte aan de contactpunten met het deksel vande koppeling ongeveer de helft geworden is tenopzichte van de twee uiteinden, die niet onder-hevig zijn aan wrijving. KETTINGWIEL (Fig. 22) Controleer regelmatig de staat van het ketting-wiel en vervang het wanneer het meer dan 0,5mm versleten is. Monteer geen nieuwe ketting op een versletenwiel en omgekeerd. PIN VERGRENDELING KETTING Deze pin is heel belangrijk voor de veiligheid,omdat hij voorkomt dat de ketting ongecontro-leerde bewegingen maakt in geval van een breukof loszittende ketting. Controleer regelmatig de staat van de pin en ver-vang hem indien hij beschadigd is. BEVESTIGINGEN Controleer regelmatig of alle schroeven en moe-ren goed aangezet zijn en of de handgrepen ste-vig vastzitten. REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (Fig. 23) Het is essentieel dat deluchtfilter gereinigd wordt, voor de goede wer-king en de levensduur van de machine. Werknooit zonder filter of met een beschadigde filter,om geen onherroepelijke schade toe te brengenaan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werku-ren. Om de filter te reinigen: – Verwijder het deksel (1), en het filterelement(2).– Klop voorzichtig op het filterelement (2) om hetvuil te verwijderen en reinig zo nodig met pers-lucht bij lage druk. BELANGRIJK 12ONDERHOUD EN OPSLAGNL 8. ONDERHOUD EN OPSLAG

Het filterelement (2) magnooit gewassen worden en wordt vervangenwanneer het te vuil of beschadigd is. – Hermonteer het filterelement (2) en het deksel(1).–Voor de modellen P43(x) - P46(x) - P47(x) -P48(x), moet eerst het filterelement (2a) aan-gebracht worden op het deksel (1a) en wordendaarna beide componenten samen op demachine gemonteerd. CONTROLE VAN DE BOUGIE (Fig. 24) Periodiek wordt de bougie gedemonteerd engereinigd, door eventuele restjes te verwijderenmet een metalen borsteltje.Controleer en herstel de correcte afstand tussende elektrodes Hermonteer de bougie en draai hem stevig vastmet de bijgeleverde sleutel. De bougie moet ingeval van doorgebrandeelektroden of een beschadigde isolatie, en iedergeval elke 100 werkuren, vervangen wordendoor een bougie met analoge karakteristieken. REGELING VAN DE CARBURATOR De carburator werd in de fabriek geregeld methet oog op de beste prestaties in alle omstan-digheden, met een minimale uitstoot van scha-delijke gassen, overeenkomstig de geldendenormen. Ingeval van slechte prestaties, controleer eerstof de ketting vrij beweegt en of de sporen vanhet blad niet vervormd zijn. Wend u tot uwVerkoper voor een controle van de carburator ende motor. •Regeling van het minimumtoerental De ketting mag niet bewe-gen met de motor op het minimumtoerental.Als de ketting beweegt met de motor op zijnminimumtoerental, neem dan contact op metuw verkoper om de motor goed af te stellen. DE KETTING SLIJPEN Om redenen van veilig-heid en efficiëntie, is het heel belangrijk datde snij-inrichtingen goed scherp zijn. !LET OP! !LET OP! BELANGRIJKEr moet geslepen worden wanneer: • Het zaagsel te veel op stof gelijkt.• Er meer kracht nodig is om te zagen..• De snede niet rechtlijning is.• Er meer trillingen zijn.• Er meer brandstof verbruikt wordt. Indien het slijpen toevertrouwd wordt aan eengespecialiseerd centrum, kan dit uitgevoerdworden met speciale apparatuur die zorgt vooreen minimale verwijdering van materiaal en eenconstante slijping van alle snijdende elementen. De ketting wordt “eigenhandig” geslepen metbehulp van daartoe bestemde vijlen met rondedoorsnede en een diameter die specifiek is voorelk type van ketting (zie “Tabel OnderhoudKetting”). Het slijpen vergt een goede handigheiden ervaring, om de snijdende elementen niet tebeschadigen. Om de ketting te slijpen (Fig. 25): – Zet de motor af, geef de kettingrem vrij enblokkeer het blad stevig met de kettinggemonteerd. Zorg ervoor dat de ketting vrijkan bewegen. – Span de ketting indien die te los zit. – MPlaats de vijl in de geleider en breng de vijlin de uitsparing van de tand, waarbij een con-stante helling wordt behouden naargelang hetprofiel van het snijdend element. – Voer slechts enkele passages met de vijl uit enuitsluitend vooruit. Herhaal de handeling opalle snijdende elementen, met dezelfde rich-ting (naar rechts of naar links). – Keer de positie van het blad om in de klem enherhaal de handeling op de overige elemen-ten. – Controleer of de begrenzende tand niet voor-bij het controle-instrument steekt en vijl heteventueel overtollig materiaal weg met eenplatte vijl, door het profiel ronder te maken. – Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vijl-stof verwijderd. Smeer de ketting in een olie-bad. De ketting wordt vervangen wanneer: – De lengte van het snijdend element 5 mm ofminder bedraagt;– de speling van de schakels op de klinknagelste groot geworden is. ONDERHOUD EN OPSLAG13NL

ONDERHOUD VAN HET BLAD (Fig. 26) Om een assymetrische slijtage van het blad tevoorkomen, moet deze regelmatig omgedraaidworden. Om de efficiëntie van het blad in stand te hou-den, is het noodzakelijk: – De lagers van de overbrenging (indien aanwe-zig) te smeren met een daartoe bestemdespuit.– De inkeping van het blad te reinigen met eenschraapstaal.– De smeeropeningen te reinigen.– Met een vlatte vijl de braam van de zijkantente verwijderen en eventuele niveauverschillentussen de geleiders te compenseren. Het blad wordt vervangen wanneer: – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan dehoogte van de sleepschakels (die nooit debodem mogen raken);– de binnenwand van de geleider zodanig ver-sleten is dat de ketting lateraal gaat overhel-len. BUITENGEWONE HANDELINGEN Elke onderhoudsbeurt die niet vermeld wordt indeze handleiding dient alleen door uw Verkoperuitgevoerd te worden. Handelingen die uitgevoerd werden in nietgeschikte structuren of door onbekwame perso-nen doen de garantie vervallen. OPSLAG Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrij-gemaakt van stof en vuil en worden de defecteonderdelen gerepareerd of vervangen. De machine moet bewaard worden op een drogeplaats, beschermd tegen de weersomstandighe-den en met de bladbescherming gemonteerd. LANGDURIGE PERIODE VAN INACTIVITEIT Indien men van plan is demachine langer dan 2 – 3 maanden niet tegebruiken, moeten een aantal voorzorgsmaatre-gelen getroffen worden om problemen te vermij-den bij het hervatten van het werk of om perma-nente schade aan de motor te voorkomen. • Opberging Alvorens de machine te op te bergen: – Ledig de brandstoftank.– Start de motor en laat hem op het laagste toe-rental draaien tot de stilstand, zodat alle in hetreservoir overgebleven brandstof opgebruikt BELANGRIJK 14ONDERHOUD EN OPSLAGNL Tabel onderhoud ketting De kenmerkende gegevens van de ketting en het blad gehomologeerd voordeze machine zijn weergegeven in de “EG-Konformiteitsverklaring” die met de machine wordtgeleverd. Om veiligheidsredenen, geen andere types van ketting of blad gebruiken.De tabel geeft de slijpgegevens voor de verschillende types van kettingen weer, zonder demogelijkheid om andere kettingen dan de gehomologeerde types te gebruiken. !LET OP! Steek ketting Niveau begrenzertand (a) Diameter vijl (d) duim mm duim mm duim mm 3/8 Mini9,32 0,018 0,45 5/32 4,0 0,3258,25 0,026 0,65 3/16 4,8 3/89,32 0,026 0,65 13/64 5,2 0,40410,26 0,031 0,80 7/32 5,6 ad

wordt.– Laat de motor afkoelen en demonteer de bou-gie.– Giet in de opening van de bougie een lepel(verse) olie voor tweetaktmotoren.– Trek verschillende keren aan de startknop omde olie goed te verdelen in de cilinder.– Hermonteer de bougie met de zuiger aan hetbovenste dood punt (zichtbaar vanuit het gatvan de bougie wanneer de zuiger aan de eind-aanslag gekomen is). • Hervatten van de activiteit Wanneer de machine weer gestart wordt: – Verwijder de bougie.– Trek enkele keren aan de startknop om deovertollige olie te verwijderen.– Controler de bougie zoals beschreven in hethoofdstuk “Controle van de bougie”.– Bereid de machine voor zoals aangegeven inhet hoofdstuk “Vóór het gebruik”. ONDERHOUD EN OPSLAG / OPSPOREN VAN DEFECTEN15NL 9. OPSPOREN VAN DEFECTEN 1)De motor startniet of blijft nietdraaien 2)De motor startmaar heeft weinigvermogen 3)De motor werktonregelmatig of heeftgeen vermogen bijbelasting 4)De motor geeftteveel rook af – De startprocedure is niet correct – De bougie is vuil of de afstandtussen de elektroden is niet gepast – Verstopte luchtfilter – Brandstofproblemen – Verstopte luchtfilter – Brandstofproblemen – De bougie is vuil of de afstandtussen de elektroden is niet gepast – Brandstofproblemen – Verkeerde samenstellingvan het mengsel – Brandstofproblemen – Volg de aanwijzingen(zie hoofdstuk 6) – Controleer de bougie(zie hoofdstuk 8) – Reinig en/of vervang de filter(zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Reinig en/of vervang de filter(zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Controleer de bougie(zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Bereid het mengsel volgensde aanwijzingen (zie hoofdstuk 5) – Contacteer uw Verkoper PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING